Informatie didactische opdrachten

Je maakt (met een tweetal of drietal*) een (prototype van een) tijdbalk om de ontwikkeling van de geschiedenis van de wiskunde te laten zien (in ieder geval van de periode tussen ongeveer 2000 v. Chr. tot 2000 na Chr.).
Je mag een fysieke tijdbalk maken, die je in de klas kunt hangen; je mag ook een “prototype” maken, die je geprint in de klas zou kunnen hangen. Dit mag digitaal, in word, prezi, ppt,…… of via één van de websites die speciaal voor het maken van tijdbalken opgezet zijn: Chronozoom, Tijdbalk, Dipity (doet het niet), Timerime en ook H5P heeft een tijdlijn applet! Wees creatief!

Let hierbij goed op dat je niet gebruik maakt van al bestaande tijdbalken – het moet wel jullie eigen product zijn!

Voorwaarden waaraan de tijdbalk moet voldoen:

  • De verschillende periodes die van belang zijn geweest in de ontwikkeling van de wiskunde zijn duidelijk aangegeven, inclusief een aanduiding van de locatie.
  • Je tijdbalk bevat minstens 12 “kaarten” met wat uitgebreidere informatie over een persoon/een formule, stelling/een getal (bv. e, π of φ)/ een uitvinding/een boek/….
  • Deze kaarten zijn op de juiste plek in de tijdblak gesitueerd.
  • Twee of drie* van deze “kaarten” worden uitgewerkt tot een les in en klas VMBO/MBO/onderbouw HAVO/VWO; zie hieronder.

Voorwaarden waaraan de twee of drie* verschillende lessen moeten voldoen:
Iedere les moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
1) de les moet voor de doelgroep in het tweedegraadsgebied zijn;
2) de les is gemaakt rond een onderwerp vanuit de geschiedenis van de wiskunde (passend ergens in de tijdbalk);
3) de les is bestemd voor 1 (hooguit 2) les(u)r(en);
4) de les bestaat uit een werkblad/pakketje voor de leerling, en een docentenhandleiding waarin (indien nodig) meer achtergrondinformatie staat over het onderwerp, het doel van de les, antwoorden op de vragen uit het werkblad/pakketje, gebruikte werkvorm(en) en didactische verantwoording daarvan (“waarom bereik je het doel van de les het beste op deze manier?”), benodigdheden, en een tijdsplanning met daarbij activiteiten van de docent en activiteiten van de leerling op ieder moment. Als de docent een ppt-presentatie (of iets anders) zou moeten gebruiken, dan lever je die ook aan, zodat de gehele “set” overdraagbaar is naar een collega.

 

 

* Als je een tweetal bent, dan werk je twee kaarten uit tot een les. Je maakt in dit geval, met je groepje, twee lessen. Als je een drietal bent, dan werk je drie kaarten uit tot een les. Je maakt, met je groepje, drie lessen.

 


 

Tijdlijn – Geschiedenis van de wiskunde